Geschiedenis

Al in 1341 wordt er een korenmolen vermeld behorende tot het domein van Cranendonk bij Budel. Op dezelfde plek aan de Gastelseweg werd in 1921 de standerdmolen van Willem Beelen door brand verwoest. Samen met molenmaker Adriaens ging Beelen naar de Zaanstreek en kocht daar met geld van zijn schoonvader Louis Rooijmans de buiten bedrijf staande oliemolen De Poelsnip. Die werd als grondzeiler niet op de plek van de verbrande voorganger herbouwd, maar in de Schoterakkers.
Willem had zes jaar met de korenmolen gemalen toen hij in 1928 met zijn gezin naar Eindhoven vertrok. Louis Rooijmans, de eigenaar, verhuurde daarna De Poelsnip aan Gerard Verbeek de molenaar op de andere plaatselijke molen De Zeldenrust. Die liet zijn twee zonen, Sjaak en Gijs, met korenmolen De Poelsnip malen. Het was de bedoeling dat Gijs de molen zou kopen maar dat ging niet door. Die kon namelijk in 1934 de korenmolen van zijn schoonouders in Eksel (België) overnemen.
Vanaf 1 februari 1934 verhuurde Rooijmans De Poelsnip aan Willem Rullenraad die uit Venray afkomstig was. Het malen van koren moet in die crisisjaren een marginale aangelegenheid zijn geweest, waardoor de huur nauwelijks opgebracht kon worden. Op de woensdagen 19 en 26 september 1936 zou de windkorenmolen met magazijn, erf en 53 aren grond, openbaar verkocht worden. Dolf Rullenraad, de zoon van Willem, kreeg de nodige financiële middelen bij elkaar om de huur te kunnen voortzetten, zodat de veiling niet doorging. Hij moest 1 gulden per dag aan huur betalen, waarvoor een borg gesteld moest worden van 1.000 gulden. Daarnaast bedroeg het door de huurder te betalen windrecht 50 gulden per zes jaar.
Dolf Rullenraad heeft slechts één jaar plezier van “zijn” molen gehad want in de nacht van dinsdag 17 op woensdag 18 februari 1937 brandde de molen tot de grond toe af. Rond Budel, grenzend aan België, waren de smokkelaars in die crisisjaren zeer actief. De grenspolitie en de douaniers maakten intensief jacht op hen. Naar alle waarschijnlijkheid hadden smokkelaars de molen die nacht in brand gestoken om de aandacht van de politie af te leiden en zo de grens voor hen “vrij” te maken. Louis Rooijmans verkocht de grond van de afgebrande molen en het maalrecht aan Pier Janssen die in Budel al een maalinrichting had.
Janssen kocht in Venlo de niet meer in gebruik zijnde molen van Harrie Peeters (bouwjaar 1800) en liet die naar Budel overbrengen. Daar werd op de oude fundering van De Poelsnip een drie meter hoge achtkante onderbouw gemetseld waarop molenmaker Adriaens naar ontwerp van Christ van Bussel, beiden uit Weert afkomstig, de molen herbouwde. De korenmolen, die de naam “Janzona” kreeg naar Janssen & Zonen.
Het houten achtkant en kap is bedekt met het bruine Icopal, van origine afkomstig uit Denemarken. Deze afdekking had vroeger het voordeel t.o.v. gangbaar asfaltpapier dat het niet elk jaar geteerd hoefde te worden.
Onderin de molen is de winkel “de molen op schoot”.

 

Meer informatie over de geschiedenis kunt u op deze site vinden: www.molens.nl